Afscheidsrede Eb Drinksma (1)

Vrijdag 25 november vindt de rectorwissel plaats en tijdens de Dies Natalis zal Eb Drinksma zijn afscheidsrede uitspreken. Hoewel deze strikt geheim moest blijven heeft het flUT Nieuws de rede kunnen bemachtigen. Dit is het eerste deel, het tweede deel zal later deze week gepubliceerd worden.

De universiteit volgens Drinksma

of
Een Rektoratsrede A Posteriori Ter Meerdere Eer En Glorie Van Ebus Drinksmanus

De witte rook kwam in de herfst van 2008, Blank was het niet. Ik, Eb Drinksma, zou Henk Zijm opvolgen als rector magnificus van de Universiteit Twente. Kwade tongen noemden Zijm een tussenpaus, aangesteld om de UT op adem te laten komen na het principaat van Frans van Vught. Of dat waar is weet ik niet, wel wist ik toen al dat ik tot grote hoogte zou stijgen. In champagne-termen: Als een normale rector magnificus een Magnumflesje is, ging ik voor de Nebukadnezarfles, tien keer zo groot:

Professor Doctor Eb Drinksma: Rector Nebukadnezicus

Wat was ik blij zeg, toen ik hoorde dat ik terug kon komen naar Twente, naar het groene Drienerlo. De vier jaar ervoor had ik een uitstapje gemaakt als wetenschappelijk directeur van het Embedded Systems Institute in Eindhoven. Een ellendige combinatie van grauwheid en bakstenen daar, hoeveel gloeilampjes je ook aanzet. Quelle horreur!

Begrijp me niet verkeerd hoor, het onderwijs en onderzoek is prima in orde daar en er is een mooie ingenieurstraditie in die stad. Maar voor leiderschap en nieuwe ideeën hebben ze toch echt UT-alumni nodig. Dat blijkt ook uit het lot van het Embedded Systems Institute: Na mij heeft mede-UT-hoogleraar Haverkort die toko nog een tijdje draaiende gehouden, maar nadat ook hij er klaar mee was hebben ze dat instituut opgedoekt en onderdeel van TNO gemaakt.

Terug in Twente werd ik primus inter pares van een triumviraat dat verder bestond uit praeses Anne Flierman en quaestor Kees van Ast. Die twee calvinisten hadden feitelijk sinds 2005 de macht in handen in de Vleugel, het niet-zo-bombastische machtscentrum van de UT. Dan was er nog UT-secretaris (ab-actis en hoogste ambtenaar) Pieter Binsbergen, die er op zich wel bij hoorde, maar altijd een beetje gefeut werd door Flierman en Van Ast.

Flierman hield van macht en invloed, en citeerde graag Machiavelli. Hij voelde zich graag de man die, net als op zijn zolder met zijn Märklin-treintjes, achter de schermen aan de knoppen draaide. Zijn lievelingsdagen waren vanaf 2009 de dinsdagen dat hij senator speelde in Den Haag. Ik weet nog dat Van Ast en ik de maandagavond voordat Flierman, oud-Minervaan, voor het eerst naar de senaat ging twee uur op hem in hebben moeten praten om hem te overtuigen dat hij niet in toga moest gaan.

Grappig is ook dat het met die invloed van Flierman wel mee viel. De echte puppetmaster in die dagen was natuurlijk Tonnie Buitink. Ik weet nog steeds niet precies waar het UT-activiteitenbureau eindigde en zijn onderneming ‘Enschedeploeg’ begon. Maar goed, we zijn de ondernemende universiteit en hij kreeg een hoop voor elkaar voor ons.

Van Ast was de financiële man van het college van bestuur. Opgeleid als landbouweconoom aan de boerenschool van Wageningen (nu nummertje 4 van de 3TU), dus je kon er zeker van zijn dat de begroting zuunig was. Je kon Kees wel uit Wageningen halen, maar Wageningen niet uit Kees zeiden we altijd. Letterlijk, want zijn chauffeur bracht hem elke dag op en neer vanuit de regio Wageningen, waar hij nog altijd woonde, naar de campus. Of, om precies te zijn, naar de Vleugel. Bij zijn afscheid na tien jaar loyaal dienstverband vertelde hij glunderend dat hij zowel de campushuizen als het O&O-plein nog nooit echt had gezien.

Dat was ook niet nodig, want hij kende de UT als geen ander van zijn spreadsheets. Gezien zijn leeftijd was dat allemaal analoog, maar hij was verbazingwekkend handig en had een soort origami-versies van vlookup en pivot-tables. Wel jammer dat alleen hij de interne geldstromen van het UT-verdeelmodel snapte. Ik heb nog eens aan twee hoogleraren van Technische Stromingsleer gevraagd of zij het model konden digitaliseren, maar die vonden het té complex.

In de praktijk was dat geen probleem, want steeds als ik naar de begroting keek en dacht dat er een tekort was kwam Van Ast met de oplossing: we zouden de ‘strategische reserves’ inzetten. Blijkbaar is dat iets dat alleen voor de semi-overheid werkt, want toen ik thuis een keer een voorraadje Veuve Clicquot wilde aanleggen en aan mijn vrouw suggereerde dat te betalen uit ‘strategische reserves’ heb ik een week op de bank moeten slapen, omdat het slechts een eufemisme voor ‘leningen’ bleek te zijn.

Enfin, na in mijn eerste jaar eindeloos te hebben vergaderd over RoUTe ‘14, de nieuwe bezuini…strategie van de UT, had ik door dat ik een eigen Chief of Staff nodig had. Binsbergen werd vervangen door Erik van Keulen, net als ikzelf alumnus van de Universiteit Groningen. Als je de cultuur en tradities van daar een beetje kent dan weet je dat dat wel snor zit, hahaha, ‘Vo!

Wat Reince Priebus is voor Trump was Erik van Keulen voor mij. Een pitbull naar de UT-organisatie toe, maar tijdens de late avondjes in de Vleugel een geweldige compagnon, en tevens connaisseur en mede-liefhebber van de betere champagnes. Zijn eerste wapenfeit: het kaltstellen van de lokale Lügenpresse, het UT Nieuws.

Veel mensen kennen het UT Nieuws als dat human-interest-vodje dat vooral handig is als last-minute inpakpapier voor een constitutiecadeau, maar in mijn begindagen was dat nog een wekelijkse krant die altijd maar het hoe en waarom van mijn plannen wilde weten. Aan Van Keulen hebben we te danken dat de redactie vooral praat over journalistieke vrijheden, en rond de deadline slappe aftreksels van de persberichten van mijn communicatie-afdelingen publiceert. Mijn collega’s van het landelijke rectorenoverleg, in het bijzonder die uit Nijmegen, waren maar wát jaloers over hoe we het UT Nieuws op een dwaalspoor gezet hebben.

Er kwam wat meer schwung in het universiteitsbestuur en de sfeer in de Vleugel steeg. In die tijd ook begonnen de investeringen in het promoten van de UT in Duitsland uit te betalen. Vele Duitse studentes kwamen af op Psychologie, European Studies en later ook International Business Administration. Mijn collega’s op de EWI-faculteit werden hier oncomfortabel bij, maar in mijn beleving ging de campus zienderogen vooruit. Niet voor niets hadden Van Keulen en ik allebei een kantoor met raam aan de Drienerlolaan. Als Van Keulen een paar van die knappe studentes voorbij zag fietsen riep hij heel hard: ‘ACHTUNG!’ en dan wist ik dat ik snel naar buiten moest kijken. Flierman had na een tijdje ook door wat het bekende. Dan zwaaide zijn deur open en kwam hij een soort raar voorovergebogen zijn kantoor uitgehobbeld, maar meestal was hij te laat. Vervolgens ging hij teleurgesteld zijn kantoor weer in en mompelde zoiets als ‘Back to diddle’, een uitdrukking die ik niet ken, maar volgens mij neerkomt op ‘terug naar de sleur’.

Lees ook het tweede deel.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *